Omar Ramadan.nl


Home > Artikelen
Home
Over Omar
Tweede Kamer 2002
PvdA-Amsterdam 2003
Dromen
Artikelen
Forumarchief
Contact

"Haagse bobo's maken dienst uit in Partij van de Arbeid", in Parool, 22 oktober 1998, met Boven, Laurens.

Print dit artikel

 

De achterban van Wim Kok plaatst vraagtekens bij de koers van de partij. Deze mist het debat, een socialer gezicht. De top doet er goed aan meer te luisteren naar haar kritische leden, menen Omar Ramadan en Laurens Boven, voorzitter en secretaris van de Jonge Socialisten.

'WIM (MAG) VAN de top van het bedrijfsleven doorgaan als minister-president. Hij voegt zich daarmee in de rij van Blair en ook Schröder.'

Dit citaat is niet afkomstig van een PvdA-criticaster van de oude stempel. Het zijn ook niet de woorden van de linkse oppositie in de Tweede Kamer. Het was Frits Bolkestein, de debater van rechts, die dit opschreef in zijn dagboek Haags duet, dat hij tijdens de formatie samen met NOS-journaliste Margriet Brandsma bijhield.

Terwijl een VVD-leider kan constateren dat zijn sociaal-democratische collega goed ligt bij de titanen van de markt, plaatst de eigen achterban van Wim Kok vraagtekens bij de koers van de partij. Zij missen het debat, zoeken tevergeefs naar een socialer gezicht. Maar ondertussen stijgt wel het fictief aantal parlementsstoelen in de opiniepeilingen.

Vanwaar dat verschil? Moet de ontevreden PvdA-achterban dan maar een keuze maken tussen ophouden met zeuren of verhuizen naar GroenLinks? Of doet de partijtop er goed aan om wat meer te luisteren naar haar kritische leden, en zich wat minder blind te staren op de gefingeerde kiezers van het NIPO en bureau Interview? De Jonge Socialisten pleiten voor die laatste optie. Hiervoor is een organisatorische en een inhoudelijke reden te geven.

De eerste, organisatorische reden heeft er alles mee te maken dat we niet mogen vergeten welke lijdensweg de PvdA in het nabij verleden doorstaan heeft. De WAO-crisis opende ieders ogen voor de enorme afstand die er tussen top en basis gaapte. Deze kloof had desastreuze gevolgen, ook van electorale aard.

De nagenoeg afwezige interactie tussen establishment en achterban noopte het voorzittersduo Rottenberg-Vreeman ertoe de partij open te breken. Zij wilden een eind maken aan de macht van partijbaronnen die het contact met hun regio verloren waren, en slechts een persoonlijke mening verkondigden. De PvdA functioneerde immers niet meer als de spil in een ideologische zuil, waar je als lid van de Rode Familie maatschappelijke problemen op de afdelingsvergadering doorgeeft aan de congresafgevaardigde.

Issues

Een moderne partij moet kunnen inspelen op issues, en ruimte bieden aan sympathisanten zich zich ad hoc met politiek wensen te bemoeien. Dat is op de wat langere termijn vele malen belangrijker dan het volgen van de grillen in kiezersonderzoeken. Een politieke partij moet een intermediair zijn, die ontwikkelingen in de samenleving oppikt en een machtspolitieke vertaling geeft.

Rottenberg en Vreeman zagen in dat als een vernieuwing van de PvdA uitbleef, de partij het contact met de samenleving blijvend zou verliezen. De WAO-crisis zou spoedig haar nazaten tegemoet zien. En dus werden de starre structuren tot op de grond toe afgebroken. Mooi. Maar er kwam niets voor in de plaats. Terwijl de partijbaronnen hun macht moesten inleveren, kregen leden en sympathisanten niet meer te zeggen. Een partijraad werd afgeschaft, maar de briefings voor de achterban, debatten met de samenleving en ledenraadplegingen kwamen niet goed van de grond. De achterhaalde en niet-representatieve hiërarchie werd te lijf gegaan, maar de democratische compensatie bleef uit. De organisatorische vernieuwing van de PvdA is slechts sloopwerk geweest.

De vervaarlijke consequenties van dit halve werk worden schromelijk onderschat. Maakten vroeger gewestelijke voorzitters de dienst uit, nu is de kring der machthebbers verkleind tot enkele Haagse bobo's. Het contact met de samenleving, waarvan het deficit zo pregnant naar voren kwam in het WAO-debacle, dreigt nu voorgoed verloren te gaan. Hoe wil de sociaal-democratie actuele trends in een maatschappij van mondige burgers signaleren, als zelfs de eigen leden zeggenschap wordt onthouden?

Opiniepeilingen bieden hier geen soelaas. Het is de hoogste tijd om de vernieuwing door te zetten. Organiseer referenda onder de leden, bied de ruimte voor tijdelijke werkgroepen (en neem ze serieus), laat de kieslijsten vaststellen door alle leden en ga de discussie aan met milieubeweging tot en met de huizenbezitters. Ook als het gaat over hypotheekrente.

Er is ook een tweede, inhoudelijke reden waarom de PvdA-top er goed aan doet zich wat meer te schikken naar haar linkse achterban. Tot nu toe wordt de koers op het midden door partijprominenten gerechtvaardigd met een verwijzing naar de kiezer. Het electoraat zou in deze neo-liberale tijden niet meer geloven in idealistische politiek, en van haar vertegenwoordigers verwachten dat zij zich onthouden van maatschappelijke experimenten. Houdt het maar bij de status quo, de samenleving is niet maakbaar. Het Britse Labour en de Duitse SPD hebben deze boodschap ook begrepen en dat heeft hen geen windeieren gelegd, zo denkt men.

Het is echter de vraag wie er een oog heeft voor de wensen van de kiezer; de kritische PvdA-leden of hun partijgenoten in het pluche. Die laatsten schijnen in ieder geval het Sociaal en Cultureel Rapport van dit jaar niet gelezen te hebben. Dan hadden ze immers kunnen lezen dat al vanaf de jaren zeventig een meerderheid van de bevolking voorstander is van een verkleining van de inkomensverschillen, een groter overheidsbudget voor openbare voorzieningen, meer zeggenschap 'van arbeiders in de bedrijven' en een betere zorg voor het milieu. Zo te zien nog genoeg geloof in, of in ieder geval hoop op, de maakbaarheid van de samenleving.

Linkse retoriek

Wim Kok wordt vaak in één adem genoemd met Tony Blair en Gerhard Schröder. Hebben zij de kiezer niet voor zich gewonnen door afstand te nemen van linkse retoriek? Dat is zo, maar een vergelijking met de PvdA loopt mank. De kiesstelsels in Groot-Brittannië en Duitsland zorgen ervoor dat de sociaal-democraten eenmaal aan de macht, hun verkiezingensprogramma bijna geheel kunnen verheffen tot regeringsplannen. In Nederland moeten er echter eerst compromissen bereikt worden met liberale partijen als D66 en VVD. Door van te voren al water bij de rode wijn te doen, toont men een weinig overtuigende onderhandelingstactiek.

Das Neue Mitte van de SPD gaat om de tafel met Joschka Fischer, Paul Rosenmöller blijft hier in de oppositiebankjes als de PvdA de verkiezingen wint.

Uiteraard is er in het oosten een muur neergegaan, en hebben velen daaraan de conclusie verbonden dat ook de westerse sociaal-democratie heeft gefaald. Maar waarom zou de Nederlandse PvdA zich schikken in die analyse? In de jacht naar de kiezer zoekt men het politieke midden op, maar dan kan men wel eens van een koude kermis thuis komen, want er zijn meer kapers op de kust. New Labour hoeft alleen maar te concurreren met de Conservatieven, maar de PvdA stuit in haar vlucht naar rechts op minstens drie concurrenten (CDA, D66 en VVD). Dan kan men toch beter de strijd aangaan met Groenlinks en SP.

Tenslotte hoeven de PvdA-politici, die aversie hebben jegens verandering, niet bang te zijn dat daarmee de grond onder hun voeten verdwijnt. Het linkse gedachtegoed is van oorsprong een zoekende ideologie: 'Dat men van een geestelijke crisis van het socialisme kan spreken, is op zichzelf niets bizonders. Zooveel sociale en politieke omwentelingen zijn het gevolg geweest van den wereldoorloog, dat alle partijen en alle geestelijke bewegingen zich in een of anderen zin hebben moeten vervormen, om zich bij den veranderden toestand aan te passen,' schreef Hendrik de Man in De psychologie van het socialisme, 1929.

Omar Ramadan en Laurens Boven zijn voorzitter en politiek secretaris van de Jonge Socialisten in de PvdA (JS).

Voorzittersduo Rottenberg (l) en Vreeman. FOTO WILLEM MIDDELKOOP

Bekijk reacties (0) Post reactie

Home   Mijn account