"PvdA moet meer weerstand bieden tegen de retoriek van Bolkestein", in Het Parool, 20 april 1998.
Print dit artikel
De PvdA zou moeten opkomen voor de asielzoekers, menen Laurens Boven en Omar Ramadan van de Jonge Socialisten. Vanavond debatteren Jan Pronk en Ed. van Thijn in Paradiso over dit onderwerp.
DE INTERNATIONALE verdragen over vluchtelingen zijn zo'n vijftig jaar geleden tot stand gekomen. De essentie daarvan is dat iedereen wiens leven bedreigd wordt, terecht moet kunnen in een ander land. Dat principe is ook nu nog steeds de praktijk in het Nederlandse vluchtelingenbeleid. Er is met de tijd echter nog een tweede principe bijgekomen: de scheiding tussen politieke en economische vluchtelingen. Deze stelregel is een compromis om de toestroom van vluchtelingen in te dammen. Vooral de laatste decennia zijn er steeds meer mensen op de vlucht. Redenen hiervoor zijn de door het Westen geregisseerde dekolonialisatie en de revolutie in transporttechnologie.
Vluchten is van alle tijden. De huidige scheiding tussen politieke en economische vluchtelingen geeft echter enkele vervelende complicaties. Politieke vluchtelingen worden (met tegenzin) opgenomen, maar economische vluchtelingen worden betiteld als criminele profiteurs die zo snel mogelijk verwijderd dienen te worden. Zelfs politici van fatsoenlijke partijen doen mee aan het creëren van dergelijke onderbuikgevoelens. De VVD laat geen kans gelegen om mee te doen aan een beeld van stigmatisatie. De PvdA zou hier offensief tegen in moeten gaan.
Kok en Wallage zouden moeten uitleggen dat er eigenlijk geen onderscheid is tussen mensen die vrezen voor de kogel van de geheime dienst en mensen die de hongerdood sterven. Gelukkig kent de sociaal-democratie mensen als Ed. van Thijn, Jan Pronk en Hedy d'Ancona, die de PvdA-top met deze kennis zou kunnen bijspijkeren. Juist in de aanloop naar de verkiezingen verdienen asielzoekers het om een partij aan hun zijde te vinden die de kwestie onder het juiste voetlicht plaatst.
Een tweede manier waarop de PvdA op zou kunnen komen voor een correcte beeldvorming over asielzoekers is door de verbinding te leggen met ontwikkelingssamenwerking. De Derde Wereld is eeuwen lang door de rijke mogendheden uitgebuit, een uitbuiting die de oorzaak was van grote ontwrichtingen in de samenlevingen van de betreffende landen. Zo is de inheemse textielindustrie van India bewust en gewelddadig door de Engelsen vernietigd om hun eigen industrie van de grond te krijgen.
Maar ook na de onafhankelijkheid van de Afrikaanse, Aziatische en Zuid-Amerikaanse koloniën ging de uitbuiting door. Tot op de dag van vandaag. Shell in Nigeria heeft de publiciteit gehaald, maar er zijn zo veel andere voorbeelden. De tomaten en sperziebonen uit respectievelijk Marokko en Egypte die geconfronteerd worden met de tariefmuren van de EU. Of de mijnen in Kongo (Zaïre) en Suriname die worden gexploiteerd door westerse bedrijven. De winsten gaan naar Europa of de VS en de lokale bevolking doet niets anders dan die rijkdom achterna reizen. Sterker nog, ze zullen blijven komen totdat de Derde Wereld zich heeft ontwikkeld tot een rijk gebied. Die toestroom hebben we dus aan onszelf te danken.
Hoop voor de toekomst komt niet voort uit de hoop op een stijgend moreel besef van rijke landen. Het moet tot Europa, de Verenigde Staten en hun nazaten in de blanke encalves in de rest van de wereld doordringen dat een beter ontwikkelde Derde Wereld veel voordelen voor hen zelf heeft, ook financiële.
Door economisch sterkere ontwikkelingslanden zal de stroom economische vluchtelingen afnemen. Er is dan immers geen reden meer om te vluchten naar een plaats op deze wereld waar het opbouwen van bestaanszekerheid wel mogelijk is.
Het wordt tijd dat de politici op het Binnenhof de problemen rondom de opvang van asielzoekers eens vanuit bovenstaande redeneringen benaderen. Met name de PvdA zou politici als Bolkestein direct van repliek moeten dienen, als de VVD-leider vluchtelingen weer eens als electorale binnenkomer gebruikt.
Minister Pronk roept al jaren dat ontwikkelingssamenwerking ook een verlicht eigenbelang dient. Het wordt echter tijd dat ook zijn overige collega's in het sociaal-democratische smaldeel in het kabinet dit zeggen. Van Thijn dreigde zijn partij te verlaten toen deze het zicht verloor in de kwestie-Gümüs. En d'Ancona vergeet nimmer dat de belangrijkste taakstelling van de Europese eenwording het tegengaan van honger en verderf is, ook buiten Europa.
Er zijn dus nog sociaal-democraten die een PvdA-beleid kunnen formuleren dat weerstand biedt tegen de retoriek van Bolkestein en kornuiten.
Laurens Boven en Omar Ramadan zijn respectievelijk politiek secretaris en voorzitter van de Jonge Socialisten in de PvdA (JS).
|