"Studenten verdienen een loon", in Parool, 30 oktober 1997.
Print dit artikel
Het is tijd voor een nieuw stelsel van studiefinanciering. Studenten moeten een studentenloon krijgen, volgens Omar Ramadan, voorzitter van de Jonge Socialisten. Het benodigde fonds is op een eenvoudige wijze te financieren.
DE STUDIEFINANCIERING is al jaren zorgenkind van menig kabinet. Minister Ritzen had er genoeg van en stelde de commissie-Hermans in. Over enige tijd zal zij met haar bevindingen naar buiten treden. Welke aanbevelingen er ook gedaan worden, het is te hopen dat de plannen drastisch afwijken van de bestaande situatie. Een aanzet in de discussie zou een Wet op het Studentenloon (WSL) kunnen zijn.
Het is tijd voor een nieuw stelsel van studiefinanciering, daarover is iedereen het eens. In het algemeen is de gedachte om een student van een inkomen te voorzien gelijk aan het sociale minimum echter onbespreekbaar. Helaas, want zo ireëel is dat niet.
Tal van groepen in onze samenleving maken aanspraak op een uitkering. Men heeft geen betaald werk, kan het niet vinden of is niet in staat te werken. Studenten rekent men echter niet tot deze groep. Hoewel ook zij niet geacht worden te werken, maar te studeren. Uitkeringen worden veelal betaald uit een fonds, beheerd door een institutionele belegger die ook de premies int. Waarom is ook niet voor studenten een dergelijk fonds te stichten ? Als Willem Drees het ten tijde van de heropbouw met de ww en aow kon, dan moet zijn partijgenoot en opvolger Wim Kok het gedurende deze economische hausse toch ook lukken met een WSL-fonds ?
Een fonds voor de WSL zou een drietal inkomsten moeten kennen. Ten eerste een subsidie van de rijksoverheid, zoals nu al met de huidige studiefinanciering gebruikelijk is. Subsidie is legitiem omdat kennisoverdacht van nut is voor de gehele samenleving.
Een tweede bron van inkomsten is premie te betalen door ex-studenten. Omdat zij die onderwijs genieten hiervan later waarschijnlijk zullen profiteren op de betaalde arbeidsmarkt, is het terecht ook van hen een (tegen)prestatie te vragen. Dat kan men echter pas achteraf doen, als blijkt dat het genoten onderwijs inderdaad tot een hoog salaris heeft geleid. Deze nieuwe belasting zou over een in tijd beperkte wijze (afhankelijk van het aantal genoten jaren studentenloon en/of het behalen van een diploma) en naar rato van het belastbaar inkomen geïnd moeten worden, met een belastingvrije voet tot aan het modale inkomen.
Een derde inkomstenbron voor het WSL-fonds is premie te betalen door ouders van studenten. Deze laatste categorie inkomsten is vreemd als totale ouderonafhankelijkheid gepredikt wordt, maar rechtvaardig als men beseft dat welvaart vaak van generatie op generatie wordt overgedragen door de mogelijkheid tot het volgen van onderwijs. Door de huidige ouderlijke bijdrage te fiscaliseren wordt het probleem van zogeheten weigerouders verholpen.
Degenen die recht hebben op studentenloon moeten wel de mogelijkheid hebben deze (gedeeltelijk) te weigeren, wat (gedeeltelijke) ontheffing van latere premieplicht betekent. Ook zouden de ontvangers bij neveninkomsten gekort moeten worden op hun uitkering.
Het uitkeren van studentenlonen zal leiden tot een drastische verlaging van de werkloosheid. Er zijn in Nederland nu 503.000 mensen die studiefinanciering ontvangen. Daarvan verricht 81 procent voor gemiddeld tien uur per week betaalde arbeid. Door de korting op hun studentenloon zullen zij hier en masse mee stoppen en weer gaan doen wat van hen verwacht wordt: studeren. De vrijgekomen arbeidsplaatsen kunnen opgevuld worden door werklozen. Ook wordt veel zwart werk, traditioneel door studenten gedaan, omgezet in arbeid waarvoor premies en belasting betaald moeten worden.
Uiteraard moet de mogelijkheid om als student te werken behouden blijven; het kan een welkome aanvulling in de persoonlijke vorming zijn. Dit zal dan echter wel gepaard gaan met een korting op het studentenloon. Dat zwart werken voor studenten hierdoor lucratief wordt, mag geen bezwaar heten, aangezien dit argument bij elke ontvanger van wat voor uitkering dan ook opgaat.
De kern van de gedachte achter een WSL is dat studenten net als andere mensen in onze maatschappij kosten in het levensonderhoud maken. Daar komen nog eens studiekosten boven op. Om deze beide op een fatsoenlijke en rechtvaardige wijze te vergoeden, doet men er goed aan te kijken naar de bijzondere positie van studenten. Zij zijn in feite tijdelijk arbeidsongeschikt, maar investeren ondertussen wel in hun eigen toekomst. Vaak verdienen zij na hun studie bovenmodaal, maar bezitten nu nog geen vast inkomen. Om deze tegenstellingen te overbruggen op een manier die zo rechtvaardig mogelijk is voor zowel de studenten als de rest van onze samenleving, is de Wet op het Studentenloon een goed idee.
Omar Ramadan is voorzitter van de Jonge Socialisten.
|
|